onderzoek
Jongens en meisjes lopen verschillende risico's op hetzelfde scherm
Dezelfde telefoon, andere gevaren: wat de Nederlandse cijfers laten zien over gamen, gokken, vergelijken en afpersing.
Een gezin koopt één soort telefoon en maakt één set afspraken. Dat is praktisch, en het is rechtvaardig. Toch laten de cijfers zien dat jongens en meisjes op datzelfde toestel in heel verschillende moeilijkheden terechtkomen. Wie dat weet, voert een gerichter gesprek, en spaart zich de vergissing om bij de dochter te waarschuwen voor wat de zoon bedreigt.
Wat jongens vaker doen
Gamen is in Nederland overwegend een jongensbezigheid. Van de scholieren van 12 tot 16 jaar gamede in 2023 45,2 procent van de jongens bijna dagelijks, tegen 14 procent van de meisjes. Vier uur of meer per dag deed 25,5 procent van de jongens en 7,8 procent van de meisjes. Problematisch gamen kwam voor bij 3 procent van de jongens en 1,3 procent van de meisjes (Nederlands Jeugdinstituut, op basis van het Peilstationsonderzoek 2023).
Daarnaast ligt bij jongens de ingang naar kansspelen. Van alle 12- tot 16-jarigen gokte 6,7 procent in het afgelopen jaar online om geld, met sportweddenschappen als populairste vorm. Dat gebeurt vooral door jongens (Trimbos-instituut, Scholierenmonitor 2023). Deze vraag werd in 2023 voor het eerst gesteld, dus er is nog geen trend.
Wat meisjes vaker treft
Bij sociale media kantelt het beeld. Problematisch socialemediagebruik kwam in 2023 voor bij 6,2 procent van de meisjes en 3,3 procent van de jongens (Trimbos-instituut). In het meest recente scholierenonderzoek rapporteerde 37 procent van de meisjes een laag emotioneel welbevinden, tegen 16 procent van de jongens, en 54 procent van de meisjes veel druk door schoolwerk tegen ruim een derde van de jongens (HBSC 2025).
Ook ongewenst seksueel getint contact komt bij meisjes veel vaker voor. In het grootste Nederlandse onderzoek onder jongeren kreeg 25 procent van de meisjes en 11 procent van de jongens in het laatste halfjaar een naaktfoto of seksfilmpje toegestuurd zonder daarom gevraagd te hebben. Bij meisjes van 13 tot 15 jaar was dat zelfs 35 procent. Van de meisjes die ongewenste sexting meemaakten, werd 33 procent daarna door onbekenden lastiggevallen, tegen 9 procent van de jongens (Rutgers en Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e 2023).
De uitzondering die ouders vaak missen
Er is één vorm van online kwaad waarbij juist jongens het slachtoffer zijn, en die is bij ouders slecht bekend: financiële afpersing met naaktbeelden. Uit de meldingen bij de Nederlandse hulplijn bleek dat bij 77 procent van de jongens die hiermee te maken kregen sprake was van financiële afpersing, tegen 6 procent van de meisjes. Bij 85 procent van de jongens begon het nadat ze zich voor een webcam hadden laten zien (Expertisebureau Online Kindermisbruik, “Dikke bult”).
Meldingen bij een hulplijn zijn geen bevolkingscijfer; ze laten zien wie hulp zoekt. Maar recenter onderzoek onder een representatieve Nederlandse steekproef bevestigt de richting: 3,6 procent maakte ooit afpersing met seksueel beeldmateriaal mee, en het mannelijk geslacht is daarbij een van de factoren die samenhangen met slachtofferschap (NSCR, factsheet mei 2026).
Jongens melden dit zelden uit zichzelf. Schaamte en de angst om als dader gezien te worden maken zwijgen aantrekkelijk, en de afperser rekent daarop.
Wat het internationale onderzoek toevoegt, met voorbehoud
Verschillende grote studies vinden dat de samenhang tussen intensief gebruik van sociale media en depressieve klachten sterker is bij meisjes dan bij jongens. In Brits cohortonderzoek onder 10.904 veertienjarigen lag de toename in klachten bij vijf uur gebruik of meer op 50 procent bij meisjes en 35 procent bij jongens (Kelly en anderen, EClinicalMedicine 2018).
Daar past terughoudendheid bij. Deze onderzoeken zijn correlationeel en gebaseerd op zelfgerapporteerd gebruik. En niet elk verschil dat men verwacht, blijkt ook te bestaan: in de Nederlandse Veiligheidsmonitor is het percentage slachtoffers van online pesten voor mannen en vrouwen gelijk (CBS, Veiligheidsmonitor 2023). Verschillende metingen van hetzelfde begrip geven verschillende uitkomsten.
Wat dit praktisch betekent
Twee kinderen, dezelfde opvoeding, dezelfde telefoon, en toch twee gesprekken.
Bij een zoon gaat het eerder over het spel dat niet eindigt, over geld dat in een spel verdwijnt, over de eerste weddenschap die een vriend voorstelt, en over wat hij moet doen als iemand hem met een beeld onder druk zet. Dat laatste verdient een afspraak vooraf: wie afgeperst wordt, betaalt niet en komt het thuis vertellen, hoe pijnlijk het ook is.
Bij een dochter gaat het eerder over vergelijken, over de druk om te reageren, over wat zij doet met een ongevraagd beeld, en over het verschil tussen bereikbaar zijn en beschikbaar zijn.
Beide gesprekken hebben dezelfde ondergrond. Een kind dat weet dat het met slecht nieuws thuis kan komen zonder er eerst om veroordeeld te worden, komt eerder thuis. Dat is geen techniek maar een houding, en zij is in dit alles waarschijnlijk het meest beschermende wat ouders te bieden hebben.
Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Candace McDaniel. Bron.