onderzoek
Aandacht en concentratie: wat onderzoek laat zien over het verdeelde brein
Over de kosten van onderbreking, de telefoon die alleen al op tafel ligt, en wat het schoolverbod tot nu toe heeft opgeleverd.
Aandacht is geen vanzelfsprekendheid. Wie een hoofdstuk leest, een som maakt of naar een preek luistert, doet iets wat moeite kost en wat geoefend moet worden. De vraag is of een toestel dat voortdurend om die aandacht vraagt, dat oefenen in de weg zit. Het onderzoek geeft daar een antwoord op, maar een voorzichtiger antwoord dan vaak wordt verteld.
Een onderbreking kost meer dan de onderbreking zelf
Het stevigste deel van de kennis gaat over onderbreking. In een laboratoriumproef bleek dat alleen al het binnenkomen van een melding de prestatie op een aandachtstaak verstoorde, ook wanneer deelnemers het toestel niet aanraakten en de melding niet lazen. De schade was vergelijkbaar met die van actief telefoongebruik (Stothart, Mitchum en Yehnert, 2015). Dat is een beperkte labtaak, dus wees voorzichtig met vergaande conclusies. Maar het verklaart wel iets wat ouders herkennen: na een trilling is een kind niet meteen terug bij de breuksom.
De telefoon die alleen maar op tafel ligt
Beroemder is het onderzoek dat liet zien dat de enkele aanwezigheid van je eigen telefoon al denkruimte wegneemt, ook als hij uitstaat (Ward en anderen, Journal of the Association for Consumer Research 2017). Dat resultaat is veel geciteerd en wordt vaak gebruikt als vaststaand feit.
Dat is het niet. Twee latere studies die het effect opnieuw probeerden te vinden, kwamen met lege handen terug. De ene vond geen algemeen effect op geheugen (Hartmann en anderen, Consciousness and Cognition 2020), de andere herhaalde het oorspronkelijke experiment vooraf geregistreerd en zag het verschil niet terug (Ruiz Pardo en Minda, Acta Psychologica 2022). Overzichtsstudies spreken elkaar eveneens tegen: de ene vindt over 56 onderzoeken alleen voor werkgeheugen een duidelijk effect, de andere vindt wel een algemeen negatief effect maar met grote onderlinge verschillen (Böttger en anderen, Behavioral Sciences 2023).
Kortom: dat een zichtbare telefoon de aandacht versnippert, is een plausibel vermoeden met gemengd bewijs. Het is geen natuurwet.
Media-multitasken: samenhang zonder duidelijke oorzaak
Mensen die veel schermen tegelijk gebruiken, presteren gemiddeld iets slechter op taken die aandacht en taakwisselen vragen. Dat werd voor het eerst gevonden in 2009 en is daarna vaak herhaald. De onderzoekers die de stand van zaken opmaakten, zijn er echter nuchter over: ruwweg de helft van de tests laat helemaal geen verschil zien, en of het multitasken de oorzaak is of juist de keuze van mensen die toch al sneller afgeleid raken, is onbekend (Uncapher en Wagner, PNAS 2018). Een meta-analyse vond het verband zelfs niet langer significant na correctie voor de neiging van kleine studies om opvallende uitkomsten te melden.
Wat het verbod op school tot nu toe laat zien
Sinds 1 januari 2024 geldt in Nederland de landelijke afspraak dat mobiele telefoons in de klas niet thuishoren. Die afspraak is gevolgd met een monitor. In het voortgezet onderwijs voert bijna 58 procent van de scholen een beleid waarbij het toestel thuisblijft of in de kluis gaat. Van de scholen met beleid ziet 75 procent een positief tot zeer positief effect op concentratie en oplettendheid, en geen enkele school een negatief effect. Op leerprestaties is het beeld veel bescheidener: 28 procent ziet verbetering, de rest is neutraal of kan het niet beoordelen. Telefoongebruik als probleem in de les daalde van 62 naar 29 procent (Kohnstamm Instituut en Oberon, eindrapport eenmeting 2025).
Twee dingen horen daarbij. Ten eerste zijn dit waarnemingen van schoolleiders, geen metingen aan leerlingen, en er is geen vergelijkingsgroep. Ten tweede melden scholen ook nadelen: meer werkdruk door handhaving en, op sommige scholen, een toename van fysiek pestgedrag. Een maatregel die iets oplost, verplaatst soms ook iets.
Internationaal wijst het bewijs twee kanten op. Engels onderzoek vond dat examenresultaten stegen na invoering van een verbod, vooral bij de zwakste leerlingen (Beland en Murphy, LSE 2015). Een recenter Engels onderzoek onder 1227 leerlingen op dertig scholen vond daarentegen geen verschil in welbevinden tussen strenge en soepele scholen, en ook geen lager totaalgebruik buiten schooltijd (Goodyear en anderen, The Lancet Regional Health Europe 2025). Een rustiger klas is dus iets anders dan een rustiger kind.
Wat dit thuis betekent
De voorzichtige conclusie: er is goede grond om onderbreking serieus te nemen, en minder grond voor grote uitspraken over blijvende schade aan het brein. Dat is geen reden tot gerustheid, maar wel tot maat houden in de woorden die we kiezen.
Praktisch wijst het onderzoek vooral één kant op. Niet de totale tijd is het probleem, maar de versnippering. Een uur huiswerk zonder trillingen is iets anders dan een uur huiswerk met twaalf onderbrekingen, ook als de klok hetzelfde zegt. Een plek in huis waar het toestel tijdens leerwerk niet komt, kost weinig en levert meer op dan een discussie over minuten. En zoals zo vaak geldt: wat aan tafel van een kind gevraagd wordt, is pas geloofwaardig als het ook voor de ouder geldt.
Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Aaron Burden. Bron.