Serenet.
← Alle artikelen

onderzoek

Sociale media en het welbevinden van tieners: de stand van het onderzoek

Waarom deskundigen het oneens zijn, wat ze wel samen vaststellen, en wat de Nederlandse cijfers laten zien.

6 minuten

Weinig onderwerpen leveren zoveel tegenstrijdige koppen op als dit. De ene week leest u dat sociale media een generatie ziek maken, de week daarop dat het aantoonbare effect verwaarloosbaar klein is. Beide berichten verwijzen naar echt onderzoek. Het verschil zit in wat er gemeten wordt en bij wie.

Het gemiddelde effect is klein

De bekendste tegenwerping tegen alarmerende verhalen komt van twee Britse onderzoekers die drie grote bevolkingsbestanden met in totaal 355.358 jongeren doorrekenden. Het verband tussen digitaal technologiegebruik en welbevinden was negatief, maar verklaarde hoogstens 0,4 procent van de verschillen tussen jongeren (Orben en Przybylski, Nature Human Behaviour 2019). Een meta-analyse van 46 studies kwam eveneens uit op een samenhang onder de drempel die onderzoekers doorgaans praktisch relevant noemen (Ferguson en anderen 2024, samengevat door Simply Psychology). Die laatste studie kreeg zelf stevige kritiek op de keuze welke onderzoeken wel en niet meetelden.

Maar een gemiddelde verbergt wat er echt gebeurt

Hier komt Nederlands onderzoek met het nuttigste inzicht van het hele veld. Een team van de Universiteit van Amsterdam volgde driehonderd jongeren van 13 tot 16 jaar met 126 metingen per persoon. Het effect van sociale media op het zelfbeeld liep uiteen van sterk negatief bij de ene jongere tot duidelijk positief bij de andere (Valkenburg en anderen, Journal of Communication 2021). In een verwante studie voelde 46 procent van de jongeren zich beter na passief gebruik, 44 procent merkte niets en 10 procent voelde zich slechter (Beyens en anderen, Scientific Reports 2020).

Dat verklaart waarom het gemiddelde zo klein is en de zorg toch terecht kan zijn. Als een kleine groep er echt schade van ondervindt en een even grote groep er baat bij heeft, blijft er in het gemiddelde bijna niets over. Voor een ouder is dat gemiddelde niet de vraag. De vraag is in welke groep dit kind zit.

Waarom deskundigen elkaar tegenspreken

Een overzicht van 25 wetenschappelijke reviews uit dezelfde jaren laat zien hoe diep de verdeeldheid zit: de meeste noemen de verbanden zwak of inconsistent, een minderheid noemt ze aanzienlijk en schadelijk (Valkenburg, Meier en Beyens, Current Opinion in Psychology 2022). Dezelfde literatuur, tegengestelde conclusies.

De oorzaken zijn bekend. Vrijwel alle metingen berusten op zelfrapportage, en mensen schatten hun eigen gebruik slecht in. Bijna al het onderzoek is correlationeel, zodat oorzaak en gevolg niet te scheiden zijn. En “sociale media” is één woord voor tientallen verschillende bezigheden.

Wat de Nederlandse cijfers zeggen

Van alle scholieren van 12 tot 16 jaar had in 2023 4,8 procent een problematisch patroon van socialemediagebruik, waarbij meerdere verslavingskenmerken samen voorkomen. Bij meisjes was dat 6,2 procent, bij jongens 3,3 procent (Trimbos-instituut, Peilstationsonderzoek Scholieren 2023). Internationaal ligt dat percentage hoger: in de Europese vergelijking van 2022 ging het om 13 procent van de meisjes en 9 procent van de jongens. Nederland is in dat gezelschap opvallend laag.

Tegelijk is het beeld niet rooskleurig. Het meest recente onderzoek onder ruim 6600 scholieren vond dat ruim een kwart een laag emotioneel welbevinden rapporteert, bij meisjes 37 procent tegen 16 procent bij jongens, en dat 41 procent zegt dat de smartphone ten koste gaat van huiswerk (HBSC 2025). Dat laatste cijfer is geen bewijs van schade, maar het is wel een oordeel van de jongeren zelf, en dat is in dit veld een zeldzaam helder signaal.

Hoe stevig is het beleid dat hieruit volgt

De rijksoverheid adviseert sinds juni 2025 om te wachten met sociale media tot vijftien jaar en voor 12-plussers niet meer dan drie uur schermtijd per dag aan te houden (Ministerie van VWS). Het is goed om te weten dat zo’n leeftijd niet rechtstreeks uit een meting volgt. Australië ging verder en verbood sociale media onder de zestien. Drie maanden na invoering gebruikte 81 procent van de ondervraagde kinderen de platforms nog steeds, tegen 86 procent ervoor (eSafety-rapportage, augustus 2026). Over het welbevinden zegt die meting nog niets.

Wat dit betekent voor een gezin

Drie dingen lijken verdedigbaar. Ten eerste: wie zegt dat sociale media aantoonbaar een generatie ziek maken, gaat verder dan het bewijs. Ten tweede: wie zegt dat het allemaal wel meevalt, kijkt naar het gemiddelde en niet naar de jongere die zich er slechter door voelt. Ten derde: de belangrijkste informatie zit niet in de cijfers maar aan uw eigen tafel. Hoe komt dit kind terug van een uur op de telefoon, opgewekt of prikkelbaar, met iets te vertellen of juist stiller.

Dat is geen wetenschappelijke maat, maar het is wel de maat die er voor dit kind toe doet. En het is een vraag die alleen gesteld kan worden door iemand die regelmatig in de buurt is.

Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Ghost Presenter. Bron.

Verder lezen