Serenet.
← Alle artikelen

onderzoek

Wat weten we werkelijk over schermtijd en slaap bij kinderen

Een eerlijk overzicht van wat het slaaponderzoek wel en niet aantoont, en wat dat betekent voor de avond thuis.

5 minuten

Veel ouders merken het eerder dan ze het kunnen onderbouwen. Een kind dat later in slaap valt, ‘s ochtends moeilijk op gang komt en overdag korter van stof is. De telefoon komt dan al snel onder verdenking te staan. Dat is begrijpelijk. De vraag is wat het onderzoek werkelijk laat zien, en hoe stevig die kennis is. Op dat punt is eerlijkheid belangrijker dan stelligheid, want overdrijving maakt een gesprek met een tiener zelden sterker.

Waar de meeste studies elkaar vinden

De richting van de bevindingen is opvallend consistent. In een overzicht van 67 onderzoeken onder kinderen en jongeren vond 90 procent een ongunstige samenhang tussen schermgebruik en slaap, vooral kortere slaapduur en later naar bed gaan (Hale en Guan, Sleep Medicine Reviews 2015). Daarbij hoort meteen een kanttekening die de auteurs zelf maken: bijna al die studies berusten op wat kinderen of ouders zelf invullen, en bijna geen enkele kan aantonen wat oorzaak is en wat gevolg.

Het RIVM onderzocht hetzelfde voor Nederland. Kinderen en jongeren die dagelijks of langdurig ‘s avonds een scherm gebruiken, slapen tot veertig minuten korter dan leeftijdsgenoten die dat niet doen. Van de kinderen van 8 tot 13 jaar gebruikt 22 procent dagelijks ‘s avonds een scherm; bij 13- tot 18-jarigen is dat 83 procent (RIVM, rapport 2018-0147). Veertig minuten klinkt bescheiden, maar wie dat vijf nachten per week optelt, komt op ruim drie uur slaap per week.

Hoe groot is het effect eigenlijk

Hier begint de verdeeldheid. Twee Britse onderzoekers rekenden dezelfde vraag na op grote bevolkingsbestanden met slaapdagboeken. Zij vonden dat elk extra uur schermgebruik samenhing met ongeveer negen minuten minder slaap op schooldagen, en dat technologiegebruik in het halfuur voor het slapengaan nauwelijks verschil maakte (Orben en Przybylski, PeerJ 2020). Zij noemen die verbanden klein en mogelijk onbelangrijk.

Beide bevindingen kunnen tegelijk waar zijn. De eerste telt studies, de tweede telt minuten. Wie wil weten of er iets aan de hand is, komt bij de eerste uit. Wie wil weten hoeveel, komt bij de tweede uit. Dat verschil is geen slordigheid van onderzoekers, maar een gevolg van de vraag die ze stelden.

Het blauwe licht is niet het hele verhaal

Lang werd aangenomen dat vooral het blauwe licht van beeldschermen de boosdoener is, omdat het de biologische klok verzet. Het RIVM bevestigt dat licht invloed heeft op die klok, en vraagt tegelijk om meer onderzoek naar de nachtstanden die fabrikanten inbouwen.

In een Nederlands experiment onder 12- tot 17-jarigen kregen stevige gebruikers vijf weken lang afwisselend een blauwlichtbril, gewoon schermgebruik of geen scherm. Zowel de bril als het mijden van schermen bracht hun slaapritme terug naar het niveau van de lichte gebruikers (Nederlands Herseninstituut en Amsterdam UMC, congresabstract 2019). Het ging om 25 jongeren, dus weinig, en het is een samenvatting en geen volledige publicatie. Maar het resultaat is leerzaam: als de bril en het wegleggen van het toestel ongeveer hetzelfde doen, ligt het niet alleen aan de kleur van het licht. De inhoud houdt een mens ook wakker. Een spannende serie, een groepsgesprek dat doorloopt, een opmerking die blijft hangen.

Wat we niet weten

Drie dingen blijven onzeker, en die horen in elk gesprek erbij. Ten eerste de richting. Een kind dat slecht slaapt, pakt makkelijker de telefoon; dat is net zo goed een verklaring als andersom. Ten tweede de meting. Vrijwel alle cijfers komen uit vragenlijsten, en mensen schatten hun eigen gebruik slecht in. Ten derde het verschil tussen gemiddelden en uw kind. Een gemiddelde van veertig minuten zegt niets over het ene kind dat tot twee uur ‘s nachts doorkijkt.

Wat een ouder hiermee kan

Er is geen bewijs dat één vast uur schermvrij voor het slapengaan precies de goede maat is. Wel is er brede, zij het niet waterdichte, steun voor de gedachte dat de avond ergens moet eindigen en dat het toestel daarbij niet het laatste woord hoort te hebben. Een vast moment waarop de telefoon beneden blijft, is eenvoudiger vol te houden dan een strijd per avond.

Wat daarbij helpt, is dat de afspraak ook voor de ouders geldt. Een kind dat weet dat vader zijn telefoon om tien uur op de kast legt, hoeft zich niet te verzetten tegen een regel die alleen hem treft. En een avond die rustig eindigt, geeft ruimte aan wat in veel gezinnen toch al de laatste handeling van de dag is: lezen, bidden, stil worden.

Tot slot een nuchtere troost. De cijfers zijn minder dramatisch dan koppen soms suggereren, en minder onschuldig dan een vermoeide tiener beweert. Juist daarom is het de moeite waard om er niet eenmalig een regel over af te kondigen, maar er met enige regelmaat samen op terug te komen.

Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Burst. Bron.

Verder lezen