onderzoek
Waarom schermtijd als getal te grof is om op te sturen
Een uur is geen uur: over de zwakte van zelfgerapporteerde schermtijd en wat er wel te meten valt.
Schermtijd is een handzaam getal. Het staat op de telefoon, het laat zich vergelijken en het geeft een afspraak die iedereen begrijpt. Juist daarom is het de moeite waard om te weten wat dat getal eigenlijk meet. Het antwoord is: minder dan u denkt.
Wat mensen zeggen en wat ze doen
Onderzoekers vergeleken in 47 studies, met samen ongeveer vijftigduizend deelnemers, wat mensen zelf opgaven aan mediagebruik met wat hun apparaten daadwerkelijk registreerden. De afwijkingen waren groot en niet eens in één richting (Parry en anderen, Nature Human Behaviour 2021). Dat is niet alleen een meetprobleem voor wetenschappers. Het betekent dat een flink deel van wat we menen te weten over schermtijd en welbevinden berust op cijfers die niet kloppen met het werkelijke gebruik.
In een kritisch overzicht noemden onderzoekers de staat van het veld zelfs methodologische chaos. Zij telden tien verschillende benamingen voor hetzelfde begrip en lieten zien dat vrijwel niemand hetzelfde meet (Kaye en anderen, IJERPH 2020). Hun voorstel is om niet naar duur te kijken maar naar wat een scherm mogelijk maakt.
Hetzelfde uur, een ander uur
Een uur Bijbelonderzoek, een uur beeldbellen met een oma in Canada, een uur een groepsapp waarin over een klasgenoot wordt geroddeld en een uur korte filmpjes zijn vier verschillende bezigheden. In schermtijd zijn ze identiek.
Het veld probeerde dat op te lossen met het onderscheid tussen actief gebruik, dat goed zou zijn, en passief gebruik, dat schadelijk zou zijn. Een overzicht van veertig studies vond echter 36 verschillende manieren om dat onderscheid te operationaliseren, en concludeerde dat de populaire tweedeling te simpel is (Valkenburg en anderen, New Media and Society 2022). Dat het onderscheid ergens op slaat, is aannemelijk. Dat het bruikbaar is als meetlat, is het niet.
Het verband loopt niet recht
Nog een reden waarom een enkel getal misleidt: de samenhang tussen schermtijd en welbevinden is niet rechtlijnig. In een onderzoek onder 120.115 Engelse jongeren scoorden zware gebruikers lager op welbevinden, maar scoorden jongeren die vrijwel niets gebruikten ook lager dan de middengroep (Przybylski en Weinstein, Psychological Science 2017). Wie alleen op “minder is beter” stuurt, mist dat.
Daarbij komt dat dezelfde urengrens voor verschillende kinderen iets anders betekent. In Canadees onderzoek onder 6944 scholieren hing vijf uur of meer per dag bij de jongste groep veel sterker samen met een laag zelfbeeld dan bij de oudste (Sampasa-Kanyinga en anderen 2023). Leeftijd, aard en omstandigheden doen mee.
En toch staat er een getal in de richtlijn
De rijksoverheid adviseert sinds juni 2025 voor 12-plussers maximaal drie uur schermtijd per dag (Ministerie van VWS). Dat is niet in tegenspraak met het bovenstaande, mits u begrijpt wat zo’n getal is. Het is geen gemeten grens waarboven schade begint. Het is een houvast: een eenvoudig aanknopingspunt waarmee een gezin een gesprek kan beginnen dat anders nooit begint.
Zo gebruikt is een urengetal nuttig. Als maatstaf voor hoe het met een kind gaat, is het zwak.
Waar dan wel op te letten
Wie niet op het getal stuurt, moet ergens anders op letten. Vier vragen komen uit het onderzoek naar voren als vruchtbaarder dan de klok.
Ten eerste: wanneer. Een uur om vier uur ‘s middags doet iets anders dan een uur om half twaalf ‘s nachts. Ten tweede: in plaats waarvan. Tijd komt ergens vandaan, en de vraag is of hij ten koste gaat van slaap, huiswerk, beweging of gezelschap. Ten derde: met wie en waarover. Een kind dat met bekenden iets deelt, is in iets anders bezig dan een kind dat alleen naar vreemden kijkt. Ten vierde: hoe het eindigt. Kan het toestel weggelegd worden zonder strijd, of hoort u dat telkens terug.
Die vier vragen leveren geen cijfer op. Ze leveren wel een gesprek op, en daarin zit meer informatie dan in een weekoverzicht op het scherm.
Een praktische middenweg
Dit is geen pleidooi om afspraken over tijd los te laten. Een huis zonder enige grens vraagt van een kind een zelfbeheersing die het nog niet heeft, en dat is geen eerlijke verwachting. Wel is het een pleidooi om de grens te zien voor wat zij is: een hulpmiddel om rust te scheppen, niet een thermometer die meet hoe het gaat.
Praktisch betekent dat vaak: liever vaste momenten dan een urenbudget. Een vast begin en een vast einde zijn eenvoudiger te handhaven en makkelijker uit te leggen dan een saldo dat op woensdag al op is. En wat u uitlegt, wordt eerder nageleefd dan wat u slechts afdwingt.
Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Mike Birdy. Bron.