onderzoek
Een chatbot als vriend: wat dat met een jong mens doet
Hoeveel jongeren met AI-gezelschapsapps praten, wat er wel en niet onderzocht is, en waarom juist kwetsbare kinderen er het vaakst terechtkomen.
Een nieuw soort app vraagt sinds kort aandacht: geen tijdlijn en geen spel, maar een gesprekspartner. Hij heeft een naam en een karakter, hij onthoudt wat er gisteren gezegd is, en hij is altijd beschikbaar. Voor veel ouders is dit het minst zichtbare deel van het schermgebruik van hun kind, omdat het eruitziet als appen.
Hoeveel jongeren dit doen
De cijfers zijn jong en lopen uiteen, vooral omdat onderzoekers verschillende dingen vragen. In een Amerikaans onderzoek onder 1060 tieners van 13 tot 17 jaar had 72 procent ooit een AI-gezelschapsapp gebruikt en gebruikte 52 procent er regelmatig een. Van hen vond 31 procent het gesprek met een bot even bevredigend als of bevredigender dan een gesprek met een echte vriend; 67 procent vond het minder bevredigend (Common Sense Media, 2025).
Brits onderzoek onder kinderen van 9 tot 17 jaar vond dat 64 procent weleens een AI-chatbot gebruikt. De meest veelzeggende uitkomst zit in de uitsplitsing: kwetsbare kinderen gebruiken bijna drie keer zo vaak gezelschapsbots, en van die groep zegt bijna een kwart niemand anders te hebben om mee te praten (Internet Matters, “Me, Myself and AI”, 2025, samengevat door The Decoder).
Voor Nederland bestaan deze cijfers niet. Er is geen landelijk onderzoek naar hoeveel Nederlandse kinderen een chatbot als gesprekspartner gebruiken. Dat is op zichzelf een feit om te onthouden: wie hier stellige uitspraken over Nederlandse jongeren doet, verzint ze.
Wat er onderzocht is, en hoe weinig dat is
Het beste gecontroleerde onderzoek gaat over volwassenen. OpenAI en het MIT Media Lab lieten 981 mensen vier weken lang een chatbot gebruiken en analyseerden daarnaast bijna veertig miljoen gesprekken. De verschillende proefcondities, zoals spraak of tekst, leverden geen aantoonbare effecten op. Wel gold dat wie uit zichzelf meer gebruikte, meer eenzaamheid, meer afhankelijkheid en minder sociaal contact rapporteerde (OpenAI en MIT Media Lab, maart 2025).
Dat laatste verband kan twee kanten op werken, en de onderzoekers zeggen dat ook. Eenzame mensen gebruiken deze apps waarschijnlijk meer. Of de app de eenzaamheid vergroot, is daarmee niet aangetoond.
Over minderjarigen en gezelschapsbots bestaat geen vergelijkbaar onderzoek. Het veld is ongeveer twee jaar oud en bestaat vrijwel geheel uit enquêtes.
Wat wel vaststaat
Wat vaststaat, zijn de maatregelen die genomen zijn, en die zeggen iets over wat er is misgegaan.
In de Verenigde Staten loopt een reeks rechtszaken van ouders tegen de makers van deze apps. In één zaak oordeelde de rechter in mei 2025 dat een chatbot voor de aansprakelijkheidsvraag als een product moet worden behandeld en niet als beschermde meningsuiting (Transparency Coalition, mei 2025). Begin 2026 verklaarden de bedrijven bereid te zijn te onderhandelen over schikkingen in vijf zaken. Het is belangrijk om te zien wat dit wel en niet is: er is nooit op de feiten geoordeeld, en een schikking is geen schuldbekentenis.
De makers van de bekendste app kondigden in oktober 2025 aan dat gebruikers onder de achttien vanaf eind november geen vrije gesprekken meer kunnen voeren. Aanleiding waren onder meer bevindingen van journalisten over bots die zich als therapeut voordeden (The Bureau of Investigative Journalism, oktober 2025). De Amerikaanse mededingingsautoriteit startte in september 2025 een onderzoek bij zeven bedrijven naar de veiligheid van zulke bots voor kinderen (Federal Trade Commission).
In Nederland concludeerde de Autoriteit Persoonsgegevens begin 2025 na analyse van negen chatbotdiensten dat deze apps over het algemeen onvoldoende transparant en onvoldoende betrouwbaar zijn, en risicovol in crisissituaties (Autoriteit Persoonsgegevens, via de kabinetsreactie van augustus 2025).
Waarom dit anders is dan een tijdlijn
Bij een tijdlijn gaat het om aandacht. Hier gaat het om iets persoonlijkers. Een gezelschapsbot is zo gebouwd dat hij meebeweegt. Hij wordt niet moe, hij heeft geen eigen dag gehad, hij vraagt niets terug en hij spreekt zelden tegen. Dat is precies wat een vriendschap niet is.
Een kind leert liefhebben doordat het wordt liefgehad door mensen die ook moe zijn, die zich vergissen en die soms nee zeggen. Juist in die wrijving leert het geduld, vergeving en het verdragen van tegenspraak. Een gesprekspartner die altijd instemt, oefent precies dat niet. Hij geeft troost die niets kost, en daarmee troost die niet draagt.
Dat is geen onderzoeksuitkomst maar een afweging, en zij hoort als zodanig benoemd te worden.
Wat ouders hiermee kunnen
Het eerste is eenvoudig: weten dat dit bestaat, en weten dat het eruitziet als een gewone chat. Een kind dat veel met een app praat waarin iemand een naam en een karakter heeft, is met iets anders bezig dan appen met een klasgenoot.
Het tweede volgt uit het Britse onderzoek. De kinderen die hier het diepst in wegzakken, zijn de kinderen die het minst te praten hebben. Dat maakt de vraag naar de app minder belangrijk dan de vraag die eronder ligt: met wie praat dit kind eigenlijk, en wanneer. Een kind met voldoende echte gesprekken heeft weinig aan een kunstmatige.
Het derde is terughoudendheid in het oordeel. Een jongere die met een bot praat over iets waar hij zich voor schaamt, zoekt geen vriend maar een plek zonder reactie. Dat is te begrijpen. Het is ook een aanwijzing, en wie haar opmerkt, kan iets beters aanbieden dan een verbod.
Afbeelding: CC0 (StockSnap), foto van Kelly Ishmael. Bron.